Wat en waarom?

Renaat geeft les aan studenten in UA

Foto: Layla Aerts

Onderwijs bevindt zich vandaag vaak in het spanningsveld tussen wat traditioneel beschouwd wordt als de kerntaak van de leerkracht (goed onderwijs geven) en de groeiende maatschappelijke verwachtingen ten opzichte van de school. In dit project zijn we ingegaan op vier van deze uitdagingen: onderwijs moet in een steeds meer gevarieerde samenleving inclusief zijn; in een wereld vol maatschappelijke uitdagingen dient onderwijs meer interdisciplinair te zijn; onderwijs dient leerlingen – niet zozeer kennis bij te brengen dan wel – leerwinsten te laten boeken door te onderzoeken en te ontwerpen (inquiry learning); digitale competenties (iLearning) worden daarbij gezien als een noodzakelijk middel. Leerkrachten hebben daarbij vaak het gevoel dat deze maatschappelijke verwachtingen hun kerntaak in de weg staan, namelijk: lesgeven over een vak.   

Dit praktijkonderzoek heeft een reflectie opgezet over de vakdidactiek waarin leraren dienen opgeleid te worden in het licht van deze vier i’s of uitdagingen. Het Pedagogical Content Knowledge (PCK) model van Shulman (Shulman, 1986) vormde het vertrekpunt. Dit project probeerde dit model uit te breiden zodat bovenvermelde i’s een zinvolle plaats krijgen.  

De hypothese is dat daarbij een vijfde didactische invalshoek dient toegevoegd te worden: een 5de i, namelijk de i van inter-esse zoals vermeld door Vlieghe en Zamojski (2019).  

The essentially educational gesture of the teacher comes down to this: putting herself/himself and students equally “in the midst of things” (Heidegger 1968, p. 5). This means that s/he provokes interest in the original meaning of that word, inter-esse. 

Vlieghe, J., & Zamojski, P. (2019). 

De leraar is de professional die leerlingen/studenten uitnodigt tot een leergierig onderzoek naar een bepaald onderwerp, wat een onderdeel is van een gemeenschappelijke wereld. Met andere woorden, de taak van een leraar is altijd om een gedeelde interesse (inter-esse) te wekken voor iets, namelijk in het onderwerp van de collectieve studie. Dit kan worden bereikt door te focussen op iets, dat voor iedereen beschikbaar is, voor iedereen “op tafel gelegd” wordt (Masschelein & Simons 2013). 

Wanneer we een bepaald fenomeen bestuderen, overschrijden we vaak de grenzen van academische disciplines omdat we niet verwijzen naar bepaalde kennis, maar op het fenomeen zelf. Focussen op dingen is dus in wezen interdisciplinair

De leraar nodigt leerlingen uit tot een leergierig onderzoek (inquiry) naar een bepaald onderwerp, wat een onderdeel is van een gemeenschappelijke wereld.

Leraren moeten in staat zijn om de meest gepaste interactie met de leerlingen online en offline te kiezen, ze moeten ook in staat zijn om verantwoord ICT-middelen in te zetten in de klas. 

Een leraar moet de kunst beheersen om “iedereen en niemand in het bijzonder” aan te spreken: onderwijs is radicaal inclusief – het richt zich tot vrijwel iedereen (Vlieghe & Zamojski, 2019). Bij het lesgeven moeten docenten en studenten zich verwonderen over de gemeenschappelijke wereld. Door docenten hiertoe in staat te stellen, worden nieuwe manieren geopend om leerlingen te bereiken. Vooral diegenen die normaal niet zo geïnteresseerd zouden zijn in een bepaald schoolvak. We kunnen bijvoorbeeld veronderstellen dat een kind uit een gezin met een laag inkomen minder kans heeft om naar het theater of naar een klassiek muziekconcert te gaan. Bijgevolg kreeg dit kind de mogelijkheid niet om deze kunstvorm te leren waarderen. Door leraren te ondersteunen om hun liefde voor deze onderwerpen in de klas te brengen, openen we nieuwe mogelijkheden, nieuwe perspectieven voor deze kinderen, die anders het risico lopen om uit onze harde maatschappij te vallen. Het is een nieuwe manier om alle kinderen bij een onderwerp te betrekken. 

Student kijkt door spectroscoop
Foto: Layla Aerts 

Wanneer we ons verwonderen, in de diepe betekenis van het woord, over iets, voelen we ons geroepen om aandacht te hebben voor dat iets. Wanneer dit gebeurt in de klas, wordt dat iets het onderwerp van de collectieve studie, van een gedeelde inter-esse.  

Inter-esse staat dus centraal in dit project: vanuit inter-esse zoeken we verbindingen met de andere vier i’s. Verwondering speelt ook een centrale rol om inter-esse te wekken voor de gemeenschappelijke wereld zoals we kunnen lezen in onderstaand citaat:  

People ‘forget’ everything once immersed in an experience of wonder, yet at some level, we remain reflexively aware at the same time of what causes this experience, and moreover, this form of ‘knowing’ actually contributes to our sense of wonder (as opposed to resolving it, as is the case with sensation or curiosity only) […]. 

The capacity to be struck by the mystery of a phenomenon […] fills us with a sense that what we are dealing with is at the very least worth paying careful attention to – and often judged to be important and valuable – and thereby urges us to take a stand, to commit to something. If we are moved to examine the object of our wonder […] inquisitive wonder helps us approach the object with care and respect […], and we remain receptive to what it tells us, how it may correct our views, how it may be different from what we thought. 

Wolbert & Schinkel 2021 

Literatuur 

  • Shulman (1986). Shulman, L. S. (1986). Those who understand: Knowledge growth in teaching. Educational Researcher, 15(2), 4-14. 
  • Vlieghe, J., & Zamojski, P. (2019). Towards an ontology of teaching (Vol. 11). Cham: Springer International Publishing. 
  • Masschelein, Jan & Simons, Maarten (2013). In defence of the school: A public issue. E-ducation, Culture & Society Publishers. 
  • Wolbert, L., & Schinkel A. (2021). What should schools do to promote wonder? Oxford Review of Education, 47:4, 439-454.

Scroll naar boven